De droogte van 2016-2017: het archief

Na een lente (maart-mei) met weinig neerslag – de totalen lagen ruim onder de normale waarden – volgde een junimaand met neerslagtotalen die over het algemeen ook onder de normale waarden lagen in ons land (enkel zeer lokaal lagen de neerslagtotalen hoger dan de normalen door de aanwezigheid van plaatselijke onweders in het begin of op het einde van juni). Dit sluit aan bij de lage totalen die we in ons land al hebben waargenomen sinds juli 2016. Vanaf dat moment kunnen we dit neerslagtekort in ons land vooral verklaren doordat we over het algemeen kalm weer hadden, dat vaak werd beïnvloed door hogedrukgebieden.

Noot: de normale waarden verwijzen naar de gemiddelden die werden berekend voor een referentieperiode van 30 jaar (1981-2010).

 

Onderzoek van de archieven

Hoe moeten we de intensiteit van deze droogte, die ons land ondertussen al een jaar treft, karakteriseren? Hieronder bekijken we de gegevens uit het verleden. Zo kunnen we op een eenvoudige manier de huidige droogte situeren tegenover andere lange droge periodes over dezelfde termijn van 12 maanden. We beginnen de analyse met de gegevens van Brussel-Ukkel en breiden daarna uit naar de rest van het land. Noot: de waarnemingen op de huidige locatie in Ukkel begonnen in 1890.

 

In Brussel-Ukkel

Tabel 1 geeft in oplopende volgorde de tien laagste neerslagtotalen weer voor de periode juli-juni in Brussel-Ukkel sinds het begin van de waarnemingen in 1833. Met 454,0 mm werd het laagste totaal gemeten tussen juli 1857 en juni 1858 (53% van de normale waarde). Verder stellen we vast dat het huidige neerslagtekort de zevende plaats inneemt in deze reeks. De vorige grote droogte dateert van het midden van de jaren negentig (juli 1995-juni 1996). Daarnaast valt de reeks van drie lange droogtes in de jaren vijftig op. Ten slotte vernoemen we ook nog de tot de verbeelding sprekende droogtes van 1920-1921 en 1975-1976.
Ter vergelijking willen we hier ook de droogste periode van 12 maanden weergeven: in Ukkel viel er van oktober 1920 tot en met september 1921 slechts 350,9 mm (41% van de normale waarde).

 

Tabel 1: De 10 laagste neerslagtotalen voor een periode van 12 maanden (juli – juni) in Brussel-Ukkel sinds 1833.
1857-1858 (1er) = 454,0 mm
1995-1996 (2e) = 470,5 mm
1953-1954 (3e) = 516,1 mm
1920-1921 (4e) = 526,2 mm
1864-1865 (5e) = 551,5 mm
1975-1976 (6e) = 553,5 mm
2016-2017 (7e) = 557,5 mm
1959-1960 (8e) = 585,2 mm
1955-1956 (9e) = 589,3 mm
1898-1899 (10e) = 599,9 mm

 

In het land

Door de uitbreiding van de archieven vanaf 1951, is het vanaf dan mogelijk om de droogtes voor het volledige land te analyseren. Figuur 7 geeft de evolutie weer van de gemiddelde gecumuleerde waarde voor België van juli tot en met juni vanaf 1951-1952 tot en met 2016-2017. De vijf droogste periodes voor het hele land staan ook in de tabel met de droogste periodes voor Ukkel, alleen in een andere volgorde. De drie droogste periodes (2016-2017, 1995-1996 en 1975-1976) leggen ongeveer hetzelfde gewicht in de schaal (tussen 63% en 64% van de normale waarde). Gezien de evolutie van het meetnet, is het moeilijk om een objectief klassement op te stellen. Toch kunnen we stellen dat, gemiddeld voor België, de huidige droogte een van de drie intenste is sinds de jaren vijftig (voor de betreffende 12 maanden).

 

Figuur 7: Evolutie van de gemiddelde gecumuleerde neerslagwaarde voor het land over 12 maanden (juli-juni) vanaf 1951. De waarden zijn uitgedrukt in procent van de normale waarde (919,5 mm).

De twee laatste grote droogtes

Hieronder tonen we hoe de twee recentste grote periodes van droogte zich ruimtelijk manifesteerden, en vergelijken we dit met de huidige droogte. Er wordt steeds eenzelfde periode van 12 maanden gebruikt.

 

1995-1996
Figuur 8 geeft de maandelijkse neerslaghoeveelheden weer die in Ukkel gemeten werden van januari 1995 tot en met december 1996. Hierin valt het op dat in 1996 ook de maanden juni en juli nog relatief droog waren. Maar in de maand augustus is er uitzonderlijk veel neerslag gevallen. Dat zorgt voor de natste augustus in Brussel-Ukkel sinds 1833.

 

Figuur 8: De maandelijkse neerslaghoeveelheden van Ukkel van januari 1995 tot en met december 1996, uitgedrukt in procent van de normale maandelijkse waarde.

Figuur 9 geeft de waargenomen neerslagtotalen voor het hele land weer vanaf juli 1995 tot en met mei 1996, uitgedrukt in procent van de normale totalen. Dit gebeurt op dezelfde manier als in figuur 4 voor de huidige droogte. De provincie Limburg werd het zwaarst getroffen door deze lange droogte, met lokaal neerslaghoeveelheden rond 50% van de normale waarde. Elders lagen de tekorten over het algemeen tussen 60% en 80% van de normalen.

 

Figuur 9: De neerslagtotalen vanaf juli 1995 tot en met mei 1996 in procent van de normale totalen.

1975-1976
Er worden nog vaak herinneringen opgehaald aan de buitengewone droogte (en hitte) van 1976. Zoals tabel 1 toont voor de 11 betreffende maanden in Ukkel, was deze droogte minder uitgesproken dan de huidige. Na een uitzonderlijk droge maand oktober 1975 (5,2 mm) en een zeer nat intermezzo in november, luidde december het begin in van een reeks van 7 opeenvolgende maanden met een neerslagtekort (zie figuur 10). De droogte bereikte haar hoogtepunt in juni en begin juli 1976. Juni 1976 is nog steeds de droogste juni ooit in Brussel-Ukkel. Er viel slechts 12,1 mm neerslag.

 

Figuur 10: De maandelijkse neerslaghoeveelheden van Ukkel van januari 1975 tot en met december 1976, uitgedrukt in procent van de normale maandelijkse waarde.

Deze droogte ging gepaard met een buitengewone hittegolf die ons land en een groot deel van West-Europa trof. In Ukkel registreerden we 15 opeenvolgende dagen met een maximumtemperatuur van minstens 30,0°C (van 24 juni tot en met 8 juli).
Figuur 11 geeft de waargenomen neerslagtotalen voor het hele land weer vanaf juli 1975 tot en met mei 1976, uitgedrukt in procent van de normale totalen. Net als in 1995-1996 kende nu ook de provincie Limburg de laagste neerslagtotalen, maar deze keer samen met het zuiden van de provincie Luxemburg. Het neerslagtotaal bereikte op sommige plaatsen slechts ongeveer 55% van de normale waarde. Elders lagen de totalen meestal tussen 60% en 85% van de normalen.

 

Figuur 11: De neerslagtotalen vanaf juli 1975 tot en met mei 1976 in procent van de normale totalen.

In 1976 werden de gevolgen van de droogte pas vanaf juni echt ernstig voelbaar voor de landbouwsector. Daarnaast lagen de bovenmatige hitte en de droogte ook mee aan de bron van verschillende bosbranden, vooral in de Antwerpse en Limburgse Kempen. Tot slot vermelden we ook nog dat de overheden toen drastische beperkingen moesten leggen op het gebruik van drinkbaar water.