Wolkenvorming

Lucht kan maar een beperkte hoeveelheid waterdamp bevatten. Als algemene regel geldt: hoe hoger de temperatuur van de lucht, hoe meer waterdamp ze kan opnemen. Zo kan lucht bij 20°C maximaal 17 gram/m³ waterdamp bevatten, bij 0°C is dit nog maar 5 gram/m³. Wordt de maximale hoeveelheid waterdamp bereikt, dan spreken we van met waterdamp verzadigde lucht. De relatieve luchtvochtigheid is in dat geval 100%. Vanaf dat ogenblik treedt er condensatie of verrijping op en worden de wolken zichtbaar (zie ook "wolkensamenstelling").

Veruit het belangrijkste proces dat tot wolkenvorming leidt, is afkoeling. Om tot die afkoeling te komen, moet de lucht stijgen. In het begin zal de lucht niet verzadigd zijn. Bij 0°C bevat een luchtpakket bijvoorbeeld 2,5 gram/m³ waterdamp (het maximum is 5 gram/m³ zodat de relatieve vochtigheid 50% is). Wordt dit luchtpakket gedwongen te stijgen, dan daalt de temperatuur maar de hoeveelheid waterdamp blijft gelijk. Bij -8°C kan de lucht nog maar maximaal 2,5 gram/m³ bevatten zodat er vanaf hier verzadiging optreedt (relatieve vochtigheid van 100%).

Lucht kan gedwongen worden te stijgen langs fronten (nabij lagedrukgebieden), langs bergketens,.... In onstabiele weersituaties kunnen luchtbellen ook spontaan beginnen te stijgen. Het gevolg van die stijgende luchtbewegingen is dat er een zogenaamde afkoeling door adiabatische expansie plaatsvindt. Doordat de druk met de hoogte afneemt, moet de lucht uitzetten. Hierdoor neemt de interne energie van de luchtbel af, met een temperatuursdaling als gevolg. Vrijwel alle wolken worden op deze manier gevormd.

 

Naar de nieuwe wolkenatlas van het WMO...